Gedichtstaren (4)

De laatste twee strofen – een derde – van Heb ik je lief zijn ingeruimd voor antwoorden. Het zijn vanzelfsprekende antwoorden, bijna dooddoeners. ‘Ik heb je lief omdat aarde minder doorzichtig is / dan glas, omdat regent regent uit regen / omdat de dag volgt op de nacht omdat / je spreken kunt’.
Alsof de dichter, na de eenvoudige laatste vraag ‘Heb ik je lief omdat het mooi klinkt?’ tegen zichzelf wil zeggen: niet moeilijk doen, jouw liefde is evident.
De laatste woorden – ‘maar spreek me nu niet tegen’ – roepen weer twijfel op. Ditmaal geen tegenspraak graag. En straks dan?

1 okt 2012 – 594

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen