Posts tonen met het label Literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Literatuur. Alle posts tonen

Plattelandsroman

In Dit is mijn hof (2015) beschrijft Chris de Stoop het wegkwijnende boerenleven in Zeeuws-Vlaanderen. Het boek staat in een traditie van wat ik gemakshalve de plattelandsroman noem. Boven is het stil (2008) van Gerbrand Bakker is er zo een. De avond is ongemak (2018) van Marieke Lucas Rijneveld is een recent voorbeeld.

Lezers van boerenafkomst zullen veel herkennen in dorpse taferelen, bonkige emoties en gammele schuren die altijd geuren naar stront, pies, bloed en sperma. Die plastische werkelijkheid doet het lekker bij de boekrecensenten.

Inmiddels ben ik zelf plattelander en ervaar ik dagelijks het dorpsleven. Ik bespeur weinig romantiek.

 

20 dec 2021 – 3519

Kris Kras

In mijn lagereschooltijd lazen we thuis het kinderweekblad Kris Kras. Oprichtster Maria Fennema-Zboray stond in 1954 een pedagogisch verantwoord blad voor ogen waarmee zij in geboorteland Hongarije was opgegroeid. Bepaald geen Donald Duck of Sjors dus. Die las ik dan ook bij vriendjes.

Kris Kras werd volgeschreven door literaire grootheden als Hella Haasse, Tonke Dragt, Jan Blokker, Paul Biegel en Jean Dulieu. De laatste publiceerde er zijn Paulus de Boskabouter-verhalen. Het blad bleef klein in oplage en ging in 1966 failliet. De verzamelde weekbladbanden hebben we onlangs overhandigd aan het Jean Dulieu-archief in Assen.

Een wel zo tamelijk buitengemene bestemming!

 

17 dec 2021 – 3518

Nescio (5)

De figuur van Nescio wordt gaande de biografie steeds minder intrigerend. J.H.F. Grönloh blijkt een op en top burger- en gezinsman die de literaire avontuurlijkheid uit zijn beginjaren steeds verder naar de horizon ziet verdwijnen.

Hij blijft teren op de paar mooie novellen (De Uitvreter, Titaantjes, Dichtertje) die hem als schrijver roem brachten en die verschillende heruitgaven bij verschillende uitgevers beleefden. Een keuze voor het ultieme kunstenaarschap durft hij niet te maken. Omdat hij zielsveel van zijn vrouw en kinderen houdt, zorgt hij dat het hun aan weinig ontbreekt. Al kost dat soms moeite.

Een ware uitvreter issi nooit geweest.

 

3 dec 2021 – 3510


Nescio (4)

Grönloh had geregeld tijd voor zichzelf nodig. In 1908 logeerde hij in z’n uppie in de Campveerse Toren in Veere. Zijn hoogzwangere vrouw Agatha (‘Ossi’) stuurde hem weer zo’n begripvolle brief:

 

Eigenlijk moest ik je niet schrijven, stoutert, mag je mij zoo lang zonder tijding laten? Je amuseert je daar best hè, dat vind ik erg leuk. Als ik me ook maar een beetje amuseeren kon, hè het verveelt me zoo. Ik wou zoo graag dat het nu maar over was  (…)

Ik heb je eigenlijk van de week al terugverwacht (…) Maar mis Ossi, pa amuseert zich te goed.

 

8 okt 2021 – 3479

Loes in Andijk

Op de dag dat Prins Bril voor 70.000 opeengepakte maar wel geplaceerde toeschouwers zijn raceautootjesfestijn organiseert en in Amsterdam ongeveer evenveel – nee Volkskrant en BNN-VARA, het was een veelvoud van 10.000! – mensen protesteren tegen de coronamaatregelen, houd ik in het rustieke Andijk een lezing over Loes ‘Hamel’ Blokker.

Ze komt weer even thuis, ‘onze’ Loes. In de pauze en afloop komen de verhalen los over de toentertijd mooiste en bijzonderste moid van het dorp. Een oudere man tikt even op mijn schouder. Zorgvuldig haalt hij een pasfoto uit zijn borstzakje.

‘Loes, 1954.’ Nog steeds verliefd, als je het mij vraagt.

 

6 sept 2021 – 3463


Macht

Als zelfstandig schrijver/uitgever word je regelmatig op het feit gedrukt (!) dat de macht in de boekenbranche berust bij gevestigde uitgevers en vooraanstaande media. De grote uitgeefbedrijven, want in doen en laten zijn het bedrijven, hebben directe lijntjes naar de grote kranten, tijdschriften en, maar dat is een publiek geheim, naar de stichtingen die literaire prijzen uitreiken.

Omdat ik weet dat ze Loes & Shaffy-minded is, benader ik een recensente van een landelijk dagblad. Of zij een recensie van ‘Loes’ kan regelen. Zij vertelt mij dat boeken ‘in eigen beheer’ nooit gerecenseerd worden. Dat u en ik het even weten.

 

3 sept 2021 – 3462

Nescio (3)

Tot de ontroerendste passages in de biografie van Nescio behoren de briefwisselingen met zijn geliefde Agathe. Vooral zij kan heel vertederend uit de hoek komen, bijvoorbeeld als ze leest dat Grönloh weer werk in Amsterdam heeft gevonden.

 

‘Dat je die betrekking aangenomen hebt, kan ik, wanneer ik mezelf naga, niet anders dan goed vinden. Maar lieveling als ik aan jezelf denk ben ik zoo bang dat op kantoor zitten je in ’t begin ten minste heel zwaar zal vallen. Maar ventje elke avond mag je gerust even bij je vrouwtje komen en uitrusten in mijn armen hè, lijkt je dat aardig?’

 

24 aug 2021 – 3454


Alfred Birney (2)

Het laatste beeldfragment dat Alfred Birney vertoonde in Zomergasten, was een uitvoering van ‘Machine Gun’ (1970) door Jimi Hendrix. Ik heb me nooit zo in Hendrix verdiept en er ook niet bij stilgestaan dat het een protest is tegen oorlogsgeweld. Volgens bewonderaar Birney, zelf gitarist, is het de puurste muzikale aanklacht ooit.

 

No bullets, At least here,
No guns, no bombs
No nothin', just let's all live and live
You know instead of killin'

 

Vijftig jaar na Vietnam laten de Verenigde Staten opnieuw een puinhoop in Azië achter. De macht in Afghanistan berust wederom bij mannen met baarden en machinegeweren.

 

17 aug 2021 – 3449


Alfred Birney

Na het lezen van Revolusi, over de bloedige vrijheidsoorlog in Indonesië, keek ik gisteravond met extra belangstelling naar het televisieprogramma Zomergasten. Alfred Birney, schrijver van het veelgeprezen en door mij nog niet gelezen boek De tolk van Java, liet zien waarom het Nederlands kolonialisme nog steeds niet een volwassen plaats in onze geschiedeniscanon heeft.

Kwetsbaar en zorgvuldig formulerend vertelde hij ook over de huiselijke terreur van zijn vader. Al op zijn dertiende ging hij naar het internaat om een paar jaar later te gaan zwerven.

Succes in persoonlijke relaties valt hem moeilijk toe. De wonden van het verleden blijven bloeden.

 

16 aug 2021 – 3448

Revolusi (4)

Tijdens zijn Indonesische legertijd schreven mijn vader en moeder elkaar bijna dagelijks. Sporadisch vertelde hij iets over de toestanden daar. Hij is al bijna veertig jaar dood, maar mijn moeder kan zich desgevraagd niets meer van de inhoud herinneren. Feit is wel dat hij al hun brieven heeft verbrand.

In 1950 moet hij als een ander mens zijn teruggekeerd. Hij liet zich eens ontvallen – mijn ouders waren allang gescheiden – dat hij na terugkomst nooit meer echt gelukkig was met mijn moeder. Wat mij deed afvragen of ik, vijf jaar nadien geboren, wel gewenst was.

Deze vuile oorlog maakte overal slachtoffers.


3 aug 2021 – 3441

Revolusi (3)

Over de zestien maanden waarin mijn vader in Indonesië gelegerd was, heeft hij zo goed als niets verteld. Hij reed rond in een jeep met een gewapende bewaker. De eerste tijd zat hij in Batavia op Java, later op Sulawesi (Celebes) en de laatste maanden op Timor. Daar bemande hij een ziekenhuisje.

Als afgestudeerd arts moest hij in ieder geval eerste hulp verlenen. Dat hij dat deed in een met de grond gelijk gemaakte kampong, waar Nederlandse troepen hun hand niet voor omdraaiden, lijkt me weinig voorstelbaar. Maar hij zal ongetwijfeld iets van wandaden hebben opgevangen. Die verhalen gingen rond.


2 aug 2021 – 3440

 

Revolusi (2)

Het boek Revolusi vertelde me dingen die ik niet wist. Bijvoorbeeld dat Indonesiërs in het Nederlandse verzet zaten. En dat de rol van Ambonezen omstreden was, omdat een deel van hen in hun eigen land trouw was aan het Nederlandse gezag. Dat de Vrije Republiek Molukken er niet kwam, was deels aan die opstelling te wijten.
Mijn bijzondere belangstelling in het boek ging uit naar de beschrijving van de militaire operaties, die Nederland na de Tweede Wereldoorlog uitvoerde om zijn belangen veilig te stellen. Tijdens de Tweede Politionele Acties in 1949-1950 was mijn vader als dienstplichtig militair gelegerd in Indonesië.

30 juli 2021 – 3439  

Revolusi

Dat een Belg (David van Reybrouck) een van de zwartste periodes uit onze koloniale geschiedenis zonder omhaal optekent, is hoogst bijzonder. Revolusi beschrijft de lange weg van Indonesië naar zelfstandigheid en het massieve verzet dat Nederland daartegen bood. En dat met veel geweld gepaard ging.
De roep om afschaffing van koloniën werd na de Eerste Wereldoorlog steeds luider. In Nederland waren het vooral de communisten (CPH), revolutionair-socialisten (RSAP) en in mindere mate de sociaaldemocratische SDAP die voor Indonesische autonomie pleitten.
De economische belangen in de Oost waren dermate groot dat de opeenvolgende regeringen elke discussie erover in de kiem smoorden.

29 juli 2021 – 3438




Nescio (2)

Pas toen Lieneke Frerichs na tientallen jaren kon beschikken over de privécorrespondentie van Grönloh, achtte zij zichzelf in staat om een volwaardige biografie te schrijven.
In de zomer van 1900 schrijft Frits een verjaardagsbrief aan zijn lievelingstante Agatha, die in Hengelo een handwerkwinkel heeft en bij wie hij een tijdje heeft ingewoond. Hij vertelt uitvoerig en openhartig over van alles, ook over zijn schrijverschap. ‘Ik schrijf voor me zelf een boel over allerlei dingen en berg ’t dan op. Sommige menschen van smaak vinden het erg mooi. Reden te meer om ’t diep weg te stoppen.’
Wie schrijft, die twijfelt.

21 juli 2021 – 3434

Nescio

‘Ik weet het niet’, was het pseudoniem van schrijver-zakenman Frits Grönloh (1882-1961). Hij werd vooral bekend met zijn verhalen De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje.
In zijn biografie schotelt Lieneke Frerichs je een wonderlijk leven voor. Van een man die worstelde met zijn rol in het bestaan – liever kunstenaar dan burgerman – en met de liefde. En dat tegen de achtergrond van het Amsterdam in de eerste helft van de 20ste eeuw, met verschillende uitstapjes.
Ik ben pas op een vijfde van het boek, maar ik kom zulke aardige passages tegen dat ik mijn lezers daar nu al geregeld mee ga lastigvallen.

 

19 juli 2021 – 3433


Hengelo Leest

Afgelopen weekend hield ik, op uitnodiging van de stichting Hengelo Leest, een voordracht in het Prins Bernhardplantsoen aldaar. Hengelo Overijssel wel te verstaan, want er schijnt ook een Gelderlandse variant te zijn.

Gemoedelijkheid troef in Hengelóóó, zoals de autochtonen hun plaatsnaam met een dunne, langgerekte ‘o’ uitspreken. Zo’n twintig toehoorders zaten op houten klapstoeltjes bij een grote beuk te luisteren naar mijn eerste Loes-lezing.

Van mijn PR-dame mocht ik de knipperlichtaffaire tussen Loes en de regionale literaire grootheid J. Cremer niet onvermeld laten. Aldus geschiedde. Na afloop werd mij duidelijk dat de sympathie unaniem uitging naar Loes. Heldendom is vergankelijk.

 

2 juli 2021 – 3424


Godsamme

Jan Keja, maker van de coverfoto van ‘Loes’, is al dik in de tachtig. Ik nodig hem uit voor een lunch in het vroegere Mirandapaviljoen, waar Loes met Shaffy Chantant de eerste voorstellingen gaf.

Nieuwsgierig bladert hij door het boek. ‘Godsamme jongen, dat het nou allemaal in een boek staat!’ Hij stopt het terug in de tas om het weer verschillende keren eruit te halen.

De serveerster merkt het op. ‘Zit u hier voor iets speciaals?’ Na onze uitleg moeten we meteen op de foto. Het gezelschap naast ons krijgt er lucht van en bestelt twee boeken. Met dubbele handtekening.

 

28 juni 2021 – 3420

Signeren (2)

‘Doe mij er maar twee,’  zegt een stevige man, terwijl zijn vrouw knikt. Op zijn blozende gezicht verschijnt een lichte grijns die zich weerspiegelt in zijn glimmend nieuwe klompen.

‘Hoe heeft u van haar gehoord?’ vraag ik.

‘Ik heb het allemaal gevolgd op Facebook.’

Hij blijkt een achterneef van Loes te zijn. Ze paste weleens op hem.

Even later komt een lange man aan mijn signeertafel staan. Hij stond al een tijdje van een afstand te kijken. ‘Ik wens u veel succes,’ zegt hij, zonder de stapel boeken een blik waardig te keuren.
Een gratis groet is ook wat waard.

 

23 juni 2021 – 3417


Signeren

Klokslag twee uur zit ik in boekhandel Stumpel, midden in Hoorn, aan een tafeltje achter een stapel exemplaren van ‘Loes’. Onder mij staat een moderne ghettoblaster waar sixties-muziek uit klinkt. Zo komt mijn Spotify-speellijst, oorspronkelijk opgesteld voor het feest dat in september niet doorging, toch nog van pas.

Ik monster de winkelbezoekers. De vrouw met donker haar, die uitvoerig de poster van mijn signeersessie had bestudeerd, loopt ongeïnteresseerd voorbij. Een jongen met een lichte beperking begroet mij vrolijk met opgestoken wijsvinger.

 ‘Dit ga ik voor je kopen,’ zegt hij tegen zijn moeder. Helaas heeft hij het niet voor het zeggen.

 

22 juni 2021 – 3416

Doolhof

Voor het laatste adres waar ik een exemplaar van ‘Loes’ moet bezorgen, rijd ik naar het Haarlemmerplein, in het hart van Amsterdam. Ik parkeer de auto op een verlaten taxistandplaats, zet de knipperlichten aan en ga op zoek naar nummer 24.

Ik steek de straat over, zoals mijn digitale plattegrond verordonneert. Nr. 28, 26… hee, waar is 24? In plaats daarvan staat een schutting, tegen het spoor aan. Is het pand afgebroken?

Om de hoek daarvoor tel ik 42, 44, 46… De nieuwbouw aan de overkant dan, bij de auto? Dat begint met 34. Ariadne, help me uit het Haarlemmerdoolhof!

 

17 juni 2021 – 3415