Gedichtstaren (19)


Een week lang staren naar dit gedicht van de Zuid-Afrikaanse Antjie Krog. Uit de bundel Wat de sterren zeggen (2004).

dichter wordende

op een ochtend word je wakker midden in de klank
met vocaal en klinker en diftong als voelspriet
om met aarzelende zorg de lichtste beroering
van licht en verlies in klank te ijken

om jezelf onmiddellijk geknield te vinden
boven de hoorbaar kloppende wand
van een woord – zoekend naar het precieze
ogenblik waarop een versregel volloopt in klank

wanneer de betekenis van een woord zwicht,
begint te glijden en zich eindelijk overgeeft aan geluid
van dat ogenblik af smacht het bloed naar de incantatie
van taal – de enige waarheid staat geveld in klank

de dichter dicht met haar tong
zij haalt adem – ja, diep uit haar oor

25 mei 2013 – 830

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen