Gedichtstaren (13)

Naar dit gedicht van Judith Herzberg, over een van de mooiste plekken van Nederland, is het mooi staren. Staren is ervaren.

Botshol

Altijd bang in nachtdiep water
dat is bang aan land.

Dit is geen hol, eerder een leegte
geen stootrand voor begrip, begeerte,

noch een grot met ruwe handen
waarin op de tast.

Zonder randen ligt het zonder
berm, horizon, houvast.

Geen bodem waarop schaduw meevaart.
Helder het zwartst.

Onttrekt zich in verte aan verte
onttrekt zich in vlakte.

Water onder water
luistert niet. Likt niets los.

Uit ‘Botshol’, 1980


24  feb 2013 – 740

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen