Gedichtstaren (22)


In het gedicht ‘De dader’ zet Ida Gerhardt zichzelf – de dichteres - neer als een schuldige, iemand die iets te verwijten valt. Hoe bont ze het heeft gemaakt is onduidelijk. Wel schrijft ze: ‘Jong een dwaas en oud een dwaas gebleven’.
Ze kan zich voorstellen dat mensen willen laken wat er geschreven staat, in ‘zwarte regelen op het wit papier’. De verzen spreken voor zich, zegt ze. ‘Sla het blad slechts op: en het is hier.’ Ook als iemand wil oordelen over haar leven: ‘Sla het blad slechts op: en ik ben hier.’
De dichteres en haar dichtkunst zijn één.

2 juli 2013 – 868

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen