Gedichtstaren (18)


In ‘Voor vader’ (nr.798) beschrijft Hans Lodeizen de moeizame relatie met zijn vader, als het verschil tussen dag en nacht. Ze zaten in de langzame trein, de nachttrein, terwijl het donker hen dichtsloeg. Ze wisten niet hoe ze elkaar moesten verstaan. Hun gesprek stokte, sloeg dicht.
Was het maar dag. In de vrolijke bries van een groene auto zou hij zijn vader willen ontmoeten. Hij vraagt zich af waar hij is.
De dichter twijfelt zelfs of de dageraad werkelijk komt, om schemering en zachte genezing te brengen. Zijn lippen, teder, zijn gesloten. Hij zwijgt en schrijft een teder afscheid.

29 april 2013 – 804

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen