Levensverhalen (18)

Ons huis had twee kelders. De voorste was de timmerwerkplaats van mijn vader. Er stond een zelfgefabriceerde werkbank met daarboven tegen de wand een plank waaraan het gereedschap was bevestigd. De schroevendraaiers, hamers, tangen en sleutels hingen in klemmen. Mijn vader had de profielen op de plank getekend, zodat hij wist waar wat moest hangen.
De achterste kelder was voor wijnen en wecken. In de nazomer gingen we de Belgische grens over. Daar kende mijn vader een bramenpaadje waar we met het gezin emmers vol plukten.
Het was 'ons' jamplekje en om de een of andere reden wist iedereen ervan.


15 juni 2016 – 1888

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen