Gedichtstaren (20)


‘Op een ochtend word je wakker midden in klank’. 
In de beginstrofe van ‘dichter wordende’ (100w nr. 830) laat Antjie Krog zien dat je op een dag zomaar als dichter kunt ontwaken. Dat je de klank hoort en de voelspriet hebt om ‘de lichtste beroering van licht en verlies in klank te ijken’.
Klank, daar gaat het de dichter om. Zoeken naar het ‘precieze ogenblik waarop een versregel volloopt in klank’ en het woord zich overgeeft aan geluid. ‘De enige waarheid staat geveld in klank’. En als de dichter dicht met haar tong, haalt ze ‘diep uit haar oor’ adem.

1 juni 2013 – 837

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen