Opa

Mijn grootvader was gebiologeerd door de geschiedenis. Sinds hij in het rusthuis woonde kwam hij elke dinsdag bij ons eten. Nadat hij onze boxer afwerend had begroet – ‘ja, je bent lief’  – pakte hij een deel van de kleine Winkler Prins uit de boekenkast. Die encyclopedie was hij bezig van voor tot achter te spellen.
Toen hij nog bovenmeester was in Waverveen, liet hij uit Amsterdam dozen met boeken overkomen. Hij was niet zozeer van de verbanden, als wel van de feiten. Daarmee schreef hij schriften vol. En soms was hij boos: op wat de Engelsen Ierland hadden aangedaan.

17 nov 2012 – 641

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen