Gerrit Kouwenaar (2)

Het titelgedicht van Totaal witte kamer is een van de aansprekendste in de bundel. Maar wat te denken van deze:

stenen gedicht

Ik lig als een schip op de rede
van een stad die eeuwen bestaat

ik ben vastgelegd aan een heden
maar draag een verleden naam

ik huis hier tussen mijn muren
zoals mensen binnen hun huid

ruimte kijkt uit door mijn ramen
ik ben voor de mensen gebouwd.

In de eerste strofen rijmelt Kouwenaar nog, daarna ziet hij ruimte. Vrijheid. Kijk, dat wilden de Vijftigers. Uitbreken, de straat op, gezien en gehoord worden. Verzen bouwen. De woorden als stenen.

17 jan 2012 – 354

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen