Constantin Brancusi (2)

Parijs, september 1977. Beeldhouwerszoon J. en ik staan voor het gloednieuwe Centre Pompidou. Over transparante roltrappen schuiven drommen mensen op en neer.
‘Kijk, daar moeten we zijn.’ J. wijst op een laag gebouw, links op het plein voor het museum. Boven de zandkleurige wanden lichten dakramen op.
De deuren staan open. In het atelier is het uitgestorven. Tussen de werkbanken, sokkels en gereedschap staan voorstudies van Vogel in de ruimte, Mme Pogany, Het begin van de wereld, De oneindige kolom, De kus.
Brancusi verhief de kern van het leven tot kern van de kunst. Dagelijks nog leer ik van hem.
 
6 jan 2012 - 343

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen