Jaargang

Ik maak mijn gang door het jaar. 336 keer 100 woorden.
Geschreven in de waan van de dag, de bevlieging van de week en de drang van maanden.
Wat bleek? Het was de vorm die mij paste als een vierseizoenenjas. Ik schreef over Wieringen en Wieringers, familie en vreemdelingen, over V. en L., geiten en PVvee, kunstenaars en potsenmakers, ontroering en opvoeding.
De opdracht die ik mijzelf elke keer gaf: er moet ten minste één zin in staan die er toe doet. Dat me dat niet altijd is gelukt vergeef ik mezelf. Want ja, zonder erbarmen kun je niet schrijven.

30 december 2011 - 336

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen